Ik heb er al eerder over bericht. Maar zoals altijd deze tijd van het jaar ligt het bovenin mijn hersenen, vooraan elke gedachte, en kriebelt het in m’n buik: carnaval komt er aan! Ik heb al eerder geschreven wat carnaval voor mij betekend. Dat stuk stamt echter uit 2005. En hoewel de betekenis onveranderd is (ik blijf het één groot prachtig volksfeest vinden) is de beleving en de invulling toch veranderd sindsdien.
Sinds een aantal jaar ben ik echt Oeteldonkse. Dat komt niet uit de lucht vallen: als klein meisje keek ik al bij m’n opa en oma vanuit het raam van hun appartement in het centrum van ‘s-Hertogenbosch naar de optocht. Warm worstenbroodje in de hand. En sinds een tijdje woon ik zelf natuurlijk ook zeer nabij het centrum van deze prachtige stad. Vorig jaar ben ik voor het eerst niet meer naar Tilburg geweest tijdens carnaval (met dank aan de NS, er reden geen nachttreinen), maar ik heb het eerlijk gezegd ook niet gemist. Een Oeteldonkse mee un boerekiel en sjoal. Op die kiel ben ik best trots. Hoewel ik er over aan het nadenken was ‘m in te ruilen voor jasje, besefte ik vorig jaar terwijl ik er van vreemden zeer positieve reacties op kreeg dat hij uniek is. Ik heb ‘m sinds klein af aan. Nooit gewassen, zoals het hoort. Elk jaar een nieuw embleem en nieuwe kikker erop. Daarmee gelijk probleem numero uno van vroeger weggewist: ik hoef nooit meer na te denken wat ik aan doe tijdens carnaval. Mijn kiel is uniek, en daarmee ben ik uniek, maar ik hoor net zo bij “ons” als alle andere Oeteldonkers.
Sinds vorig jaar doen we op carnavalszaterdag aan een kroegentocht mee. Het begon een paar jaar geleden met twee vrienden die vonden dat er op zaterdag nog niets te doen was, en die gingen met zijn tweeën de kroegen af. Het jaar daarop met zijn 10en. Het jaar daarop waren er 25 deelnemers. Vorig jaar vulden we met een groep van 40 aardig de lege kroegen op de vroege zaterdagmiddag. En ik vermoed dat als iedereen net als wij weer twee extra man meeneemt, het een aardig grote groep wordt dit jaar, waarmee we niet eens alle kroegen in kunnen! Het aardige aan die kroegentocht is met name dat je gelijkgestemden leert kennen. Beetje ouwehoeren onder het genot van een biertje, of ik je ken of niet. En de dagen erna kom je diezelfde gezellige mensen vaak nogmaals tegen in die zelfde gezellige kroegen. Heerlijk om de gezichten te zien van de mensen die denken nog “gewoon” naar de markt te gaan, die een kopje koffie willen drinken mét bossche bol op de markt, of de 16-jarige meiden van boven de rivieren die nietsvermoedend een dagje kwamen shoppen op carnavalszaterdag vorig jaar. En dan kom je ons tegen, hossend naar de volgende kroeg. Of eigenlijk is het nog geen carnavals-zaterdag, want de ZKH Prins Amadeiro komt pas zondag aan in Oeteldonk. Een pre-carnavalstocht kun je het noemen. 18 februari 12:11 staan we klaar. En om 18:00 zijn we allemaal zo gaar als wat. Waarschijnlijk liggen we weer op tijd in bed, waarna we de volgende dag vóór twaalven weer fris en fruitig in de kroeg staan!
En dat is het volgende grote verschil met “vroeger”. Waar vroeger het carnavalsfeest overdag het bekijken van optochten was, en ’s avonds pas de kroeg in (tot een uur of 4 ’s nachts), vind ik het nu prima om vroeg te beginnen, en “vroeg” klaar te zijn. Ik trek het echt niet elke nacht tot 4 uur door te gaan. Ik sta liever de volgende dag vroeg weer in de stad, met alle voordelen die dat biedt (meer bewegingsruimte, kortere rijen voor de faciliteiten, betere verstaanbaarheid van de mensen om je heen).
Carnaval, of het vieren daarvan, ontwikkeld zich dus ook. Met elk jaar nieuwe ontmoetingen, nieuwe mensen, en momenten die kunnen uitgroeien tot tradities. Om af te sluiten waar ik mee begonnen was: ik heb er zin in!
excited
restless
loved
silly